Linkerpootje of rechterpootje – de steek deel 2

Twee soorten steken, twee soorten van breien

Een steek kan dus nadat je hem gebreid hebt twee kanten op vallen, dat hebben we in De steek – deel I uitgelegd. Maar dat is niet alles. Een steek kan ook op twee manieren op de naald staan. Als je je daar niet bewust van bent, kun je per ongeluk je steken verdraaid breien of moeite hebben met het netjes ophalen van een steek.

Steken kunnen op twee manier gemaakt worden, zeiden we al: recht en averecht. Maar er zijn voor deze twee soorten steken twee manieren om ze te breien: normaal en verdraaid.

Het pootje van de steek

Als je nog eens naar de steek – de lus – kijkt, zie je een linker- en een rechterdeel. We noemen dat het linker- en het rechterpootje van de steek. In een normaal, rekbaar breiwerk kruisen de pootjes van de steek elkaar niet. De rechterkant van de steek gaat naar de steek rechts van het rechterpootje en het linkerpootje gaat naar de steek links.

De pootjes van de steek kruisen elkaar niet

Verdraaid breien – wat is dat

Brei je de steken verdraaid dan gaat het linkerpootje naar rechts en het rechterpootje naar links, of andersom. Je steek wordt minder rekbaar, maar je breiwerk zelf wordt juist elastischer – de rek blijft er goed in. Daarom worden de rechte steken in de boord van een trui vaak verdraaid gebreid. Het blijft elastisch. De verdraaid gebreide rechte steken zijn heel goed zichtbaar – ze liggen als het ware óp het breiwerk. Daarom worden er in, bijvoorbeeld, Beiers breiwerk verdraaide rechte steken gebreid; het motief van de zigzaggende steken is zo heel goed te zien (en je kous blijft goed zitten). Hieronder zie drie voorbeelden uit onze stekenbibliotheek.

Een ‘gewone’ steek maken

Hoe je steek op de naald staat, hangt van je manier van omslaan af. Meestal staat het rechterpootje van de steek voor de breinaald. Als je dan van links naar rechts insteekt voor een rechte steek komt je afgegleden steek als een gewone breisteek op je rechternaald (onder de nieuwe steek op je rechter breinaald) terecht. We zeggen van links naar rechts insteken, maar het zou beter zijn als we zouden zeggen ‘van voor naar achter‘. Dan steek je namelijk altijd goed in, ook als je linkerpootje voor staat. Dus: een rechte steek brei je door van voor naar achter in de eerste steek op de linkernaald in te steken. En: een averechte steek brei je door van achter naar voor in te steken, ongeacht welk pootje voor de naald staat.

Verdraaid recht – hoe doe je dat?

Wil je een verdraaide steek, dan moet je de steek draaien, terwijl je hem breit. Nu moet je wel goed kijken hoe de steek op de naald staat. Staat het rechterpootje voor, dan houd je dit pootje links van de rechterbreinaald, terwijl je nog steeds van voor naar achter insteekt. Het rechterpootje loopt nu voorlangs. Staat je linkerpootje voor, dan houd je het linkerpootje rechts van de rechternaald en steekt van voor naar achter in de steek. Je linkerpootje loopt voorlangs.

Verdraaid averecht – hoe?

Bij een averechte steek werkt het ook zo. Staat je rechterpootje voor, dan houd je het linkerpootje links van je breinaald, terwijl je van achter naar voor insteekt. Je ziet de verdraaiing alleen aan het v-tje onder de averechte steek – dus aan de andere kant van je breiwerk. Het rechterpootje loopt nu voorlangs. Staat je linkerpootje voor, dan houd je het linkerdeel links van je breinaald. Aan de andere kant is de verdraaiing te zien als het linkerpootje dat voorlangs loopt.

Tenslotte

Als je verdraaide steken in een rondbreiwerk van tricotsteek maakt, hoef je niet te letten op de averechte verdraaiing. Brei je heen en weer in tricotsteek dan moet je daar wel op letten, want heen een rechte steek is terug een averechte steek. En je wilt in de averechte steken een verdraaiing maken die dezelfde kant op draait als die van de rechte steken.

Dit is ook weer typisch iets om mee te experimenteren. Probeer gewoon eens uit wat we hier hebben opgeschreven en kijk in de stekenbieb voor een motief. Veel experimenteerplezier maar weer!