Na alle aandacht en energie en vooral creativiteit die je in je breiproject hebt gestoken tijdens het breien, wil je natuurlijk wel dat je trui, vest of ander breiwerk mooi blijft na het wassen. Daarom geven we je een paar tips.

kijk op het label van je garen

Op het label van het garen dat je gebruikt staat altijd info over de manier waarop je het garen moet wassen. Bekijk dat goed. De betekenis van de wassymbolen kun je hiernaast vinden. Als je twijfelt over de samenstellling en dus de wasvoorschriften van je garen kun je natuurlijk voor de zekerheid altijd even je proeflapje wassen.

wassymbolen

Hiernaast zie je het label van een bolband. Het garen mag dus in de machine gewassen worden op 40 graden en het mag zelfs in de droger.

Wasvoorschriften op wolband

Gebruik het juiste wasmiddel.

Zeker als je een wollen garen hebt gebruikt zoals Supersoft of Coast van Holst Garn, moet je het wasmiddel met zorg kiezen. Gebruik nooit een kleurwasmiddel, want hierin zitten enzymen die de wolvezel oplossen. Ook geen wasverzachter gebruiken, daarin zit een component waardoor de wolvezel glad wordt. Je breiwerk gaat daardoor uit model en gaat lubberen.

Het beste is een wolwasmiddel te gebruiken en helemaal handig is een wasmiddel te nemen wat je niet hoeft uit te spoelen, zoals Eucalan. Heb je geen wolwasmiddel bij de hand dan kun je ook een milde shampoo gebruiken (zonder conditioner!).

eucalan wolwasmiddel

Doorlopen van kleuren

Het is belangrijk om eerst je proeflapje (want dat heb je natuurlijk gebreid) te wassen. Mocht je twijfelen over de kleurvastheid van het lapje dan kun je het lapje eerst spoelen in lauw water. Dan neem je nieuw water en doet er een klein scheutje kleurloze azijn in. Dit fixeert de verf in het garen. Na het uitspoelen van de azijn was je het breiwerk in een speciaal wolwasmiddel. Was het met weinig zeep en zeker niet te heet. Blijf er bij en laat je breiwerk niet weken. Desnoods ververs je het water nog eens.

Nooit wringen

Na het wassen of weken druk je het water voorzichtig uit je breiwerk. Je wringt of centrifugeert je project liever niet. Vervilten van wol komt door beweging, warmte en zeep en je wilt geen vervilt breiwerk aan het einde van de rit. Ook katoenen en andere plantaardige vezels behandel je met zachtheid. Deze vezels kunnen gemakkelijk uitrekken en je krijgt ze dan niet zo maar meer in model.

Leg je breiwerk in een droge, schone handdoek. Rol de handdoek op en druk zo veel mogelijk vocht uit je project. Je kunt zelfs nog even op de handdoekrol gaan staan als je denkt dat je breiwerk nog wat droger kan.

sjaal oprollen in een handdoek

Plat drogen

Laat je breiwerk liggend drogen. Het beste op een schone, droge handdoek. Je legt je breiwerk neer en legt het weer in zijn originele vorm. Soms, als je kantbreiwerk wast bijvoorbeeld, moet je het breiwerk echt opspannen. Doe dit met spelden die niet roesten. Het zou jammer zijn als je roestvlekken in je breiwerk krijgt. Die gaan er namelijk niet meer uit.

Hang je natte breiwerk niet op, want dan rekt het door het gewicht van het water uit model.

Pas als je project helemaal droog is, berg je het weer op. Je wilt toch geen schimmels of meeldauw in je breiwerk krijgen?

sjaal plat drogen