In onze stekenbieb plaatsen we elke vrijdag een nieuwe steek. De motieven worden beschreven en staan in een breischema.

In principe zijn de beschrijvingen en de schema’s gemaakt voor plat breiwerk. Breiwerk dat je dus aan de goede kant heen en aan de verkeerde kant terug breit. Maar niet iedereen wil altijd plat breien. Soms is het zelfs onhandig om iets plat te breien. Denk maar aan een sok. Wat als je in de stekenbieb een leuk motief ziet dat je graag in een rond breiwerk wilt gebruiken?

Het is handig om te weten hoe zo’n breibeschrijving en zo’n breischema in elkaar zit.

Bij elk motief wordt aangegeven over hoeveel steken het gebreid wordt. We nemen als voorbeeld ‘Verbonden Blokken’.

In de beschrijving staat dat dit motief gebreid wordt met een veelvoud van 10 + 1. (Dat zie je bij de grote roze 1. staan.) Dit betekent dat je een aantal steken opzet dat deelbaar is door 10 en nog één steek extra. Bijvoorbeeld 31 (30 +1) of  51 (50 + 1). Die ene extra steek zet je maar één keer op. Dat doe je niet voor elke herhaling. De extra steek is nodig om in een plat breiwerk het patroon evenwichtig te krijgen.

Beschrijving verbonden blokken onderstreept

Kijk eens naar de foto.

Je begint te breien bij 1. Brei je de herhaling van 10 st. dan eindig je bij 2. Als je nog een herhaling breit, is de eerste steek van de volgende herhaling meteen de laatste steek van de het eerste motief.

Heb je de laatste herhaling gebreid dan wil je afsluiten met nog een kolom rechte steken,  want dan ziet het motief er evenwichtig uit, dus brei je die ene extra steek: 3.

Verbonden blokken met cijfers

Als je nu in het rond breit, is de extra steek niet nodig. Het motief gaat steeds door. Het eindigt eigenlijk niet. Er is dus ook geen extra steek nodig.

Ga je een motief dat beschreven staat voor plat breiwerk in rond breiwerk gebruiken? Je zet dan alleen het veelvoud aan steken op en laat de extra steek (of steken) zitten. Staat er dus ‘zet een veelvoud van 10 + 1 st. op’, dan zet je alleen een veelvoud van 10 st. op.

Als je naar het breischema kijkt voor het breien van je motief dan is het eigenlijk nog gemakkelijker.

Je breit alleen wat er in het herhalingsschema staat. Hier is dat het stuk dat binnen het rode kader valt. De kolom waar de blauwe pijl staat is de ‘+1’. Deze kolom rechte steken brei je dus helemaal niet als je rondbreit.

Er is nog één ding waar je aan moet denken als je een beschrijving voor plat breiwerk omzet naar rond breiwerk.

Bij rondbreien ben je steeds aan de voorkant van je werk bezig. In de beschrijving van het motief staat een heengaande toer aan de voorkant van je werk beschreven en een teruggaande toer aan de achterkant van je werk. Je moet nu de teruggaande toer aan de verkeerde kant ‘vertalen’ naar een teruggaande toer aan de goede kant. Rechte steken worden averecht en andersom. Bovendien werk je niet van links naar rechts (in de tekening) maar van rechts naar links.

Ook nu is het het gemakkelijkst om naar het breischema te kijken. Hier zie je letterlijk voor je wat je moet doen. Denk er wel aan dat je steeds het schema van rechts naar links leest!